In de
afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en
de evaluatie van preventieve maatregelen. De resultaten zijn niet
eenduidig positief en er blijft nog ruimte voor overbodige
saneringsmaatregelen. Dit laatste kan op zichzelf bijdragen aan
een verzwaring van de ziektelast voor de patiėnt.
De
medicamenteuze behandeling heeft in wisselende mate succes bij het
op korte termijn verminderen van de klachten bij de patiėnt, maar
heeft vanuit een breder perspectief nog onvoldoende effect op het
afbuigen van de toenemende incidentie van deze aandoeningen.
Met
belangstelling worden de resultaten verwacht van nieuwe medicijnen
en farmacologische strategieėn.
Allergeenspecifieke immunotherapie (of hyposensibilisatie) wordt
al vele jaren gebruikt als behandeling voor atopische
luchtwegaandoeningen. Met het ter beschikking stellen van goed
gedocumenteerde en gestandaardiseerde allergeenextracten en van
nationale en internationale consensusrichtlijnen voor de
indicaties en de praktische uitvoering ervan, kon de effectiviteit
van deze behandeloptie in de afgelopen jaren pas goed in kaart
worden gebracht. Inmiddels heeft de hyposensibilisatie volgens een
voortdurend, subcutaan injectieschema een duidelijke plaats
herwonnen in de therapierichtlijnen. Deze methode heeft echter
een, zij het klein, risico op ernstige allergische bijwerkingen en
een behandeling per injectie is vooral bij kinderen ongemakkelijk.
Er wordt veel
onderzoek verricht naar de werkzaamheid en
de veiligheid van alternatieve toepassingsvormen
van hyposensibilisatie.
Een oplossing
voor uw insectengif allergie zou dus een immunotherapie voor dat
specifieke insect zijn.
Hiervoor kunt u het beste contact opnemen
met een specialist bij u in de buurt.
(wist u trouwens dat er ook
immunotherapie is voor inhalatie allergenen?)
Klik hier
voor meer informatie over immunotherapie
Wanneer u dit
wilt dan kunt u de naam van de arts en het ziekenhuis opvragen bij
het Nederlands Anafylaxis Netwerk.