De voedselindustrie is een van de aandachtsgebieden
waar voedselallergie een zorg is. Het NAN kan de industrie helpen om deze
zorg te verlichten.
Advies en ondersteuning bij vraagstukken over
voedselallergie en allergenen aan de industrie maar ook bijvoorbeeld
aan retail, horeca en instellingskeukens.
Door specialistische kennis en ervaring over
voedselallergie, productie van voedingsmiddelen en wetgeving is
Allergenen Consultancy de organisatie bij uitstek voor professionele,
deskundige maar vooral praktische ondersteuning. Kijk rond op de site
en vind informatie over voedselallergie maar ook over wetgeving zoals
het etiketteren van allergenen in de nieuwe Europese richtlijn EG
2003/89.
Wilt u meer weten
over deze dienst neemt u dan contact op met het Nederlands Anafylaxis
Netwerk
Informatie voor levensmiddelenfabrikanten
Anafylaxis, een ernstige
lichamelijke reactie door voedsel.
Ernstige reacties door voedsel
komen steeds meer voor. Soms kunnen deze ernstige reacties
levensbedreigend zijn en mensen die weten dat ze risico lopen op zo'n
levensbedreigende reactie moeten altijd opmerkzaam blijven wanneer er
voedsel in de buurt is.
De ingrediënten die het meest
geassocieerd worden ernstige reacties zijn:
-
Pinda,
-
Noten (zoals amandelen, hazelnoten,
paranoten, walnoten) en
-
Zaden (zoals sesam, papaver).
Extreem kleine hoeveelheden
kunnen zeer ernstige reactie uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor
zijn.
Veel producenten, detaillisten,
en cateraars reageren goed hierop, mede door de wettelijke vereisten, door
hun informatie aan klanten te verbeteren. (het vermelden van de
ingrediënten op het etiket). Maar sommige klanten worden toch nog verrast
door onverwachte ingrediënten terwijl gedacht was dat een bepaald product
veilig is.
In Nederland worden de oorzaken
voor wat betreft overlijden door anafylaxis niet geregistreerd. Maar van
in ieder geval drie personen is het afgelopen jaar bekend dat zij daardoor
zijn overleden. In Engeland, waar dit wel geregistreerd wordt, worden ca.
zes doden elk jaar gerapporteerd ten gevolge van een anafylaxis door
voedsel. Het juiste aantal zou in beide landen wel eens hoger zijn.
Statistiek uit Frankrijk en Amerika wijst uit dat ca. 0,65% van de
voedselallergische personen anafylactisch reacties kan hebben. Wanneer dit
vertaald wordt naar Nederland zou dit betekenen dat elke dag! ca. 8
volwassenen en ca. 7 kinderen een levensbedreigende reactie zouden kunnen
hebben door voedsel.
Wat is anafylaxis?
Anafylaxis is een ernstige
allergische reactie - het extreme einde van het allergische spectrum. Het
gehele lichaam wordt aangesproken, gewoonlijk binnen enkele minuten na
blootstelling aan het allergeen, maar soms pas na uren. Het gevolg is dat
er allerlei klachten optreden die kunnen beginnen met buikpijnen, diaree,
jeuk, keelklachten, benauwdheid, roodheid van de huis, en uiteindelijk kan
dit uitmonden in onwel worden, bewusteloosheid, en zelfs overlijden.
Oorzaken kunnen
o.a. zijn:
Welk voedsel veroorzaken
deze levensbedreigende reacties?
De meest voorkomende
boosdoeners zijn pinda, en noten (amandelen, hazelnoten, paranoten,
walnoten).
Soms ook door schaal en
schelpdieren, eieren, melkproducten, sesamzaad, vis, soja, peulvruchten en
vers fruit.
Welke hoeveelheid is nodig
voor een dergelijke levensbedreigende reactie?
Voor sommigen is slechts een
heel klein beetje van het betreffende voedsel nodig om een anafylactische
reactie te krijgen.
Bijv. een sesamzaadje op een
bolletje of een mespuntje / restje pindakaas op een mes waar een boterham
mee gesmeerd wordt.
Hoe vaak komt anafylaxis
voor?
Op dit moment zijn er bij het
Nederlandse Anafylaxis Netwerk ca. 550 gezinnen aangemeld waar deze
problematiek speelt. Dit aantal is slechts een topje van de beruchte
ijsberg. We verwachten dat dit getal in de toekomst flink hoger zal worden.
Een indicatie voor het aantal personen dat met deze problematiek te maken
heeft is het aantal adrenaline auto-injectors (bijv. EpiPen® ) dat per
jaar voorgeschreven wordt. Dit middel wordt slechts onder strikte
voorwaarden door een arts voorgeschreven bij risico op anafylaxis. Per
jaar worden duizenden adrenaline auto-injector pennen afgegeven.
Hoe beschermen deze mensen
zichzelf?
Allereerst is het goed te weten
dat voor echte voedselallergie nog geen genezing is. Dit betekent dat deze
mensen er altijd mee bezig zijn om te voorkomen dat ze blootgesteld worden
aan het betreffende voedsel. Dus goed uitkijken, al het voedsel
controleren, familie en vrienden / kennissen, school, clubs enz. continu
informeren en de zaken regelen.
Uit voorzorg, voor wanneer er
toch iets fout gaat, hebben deze mensen een redmiddel (automatische
injectiepen met adrenaline) bij zich dat zij (of hun begeleider) kunnen
gebruiken, waarna er via het alarmnummer 112 een ambulance gewaarschuwd
wordt.
Wat kunnen fabrikanten doen?
In de eerste plaats alles wat
redelijkerwijs mogelijk is om te voorkomen dat producten niet in aanraking
komen met stoffen, die een allergische reactie kunnen oproepen (andere
voedingsmiddelen, achtergebleven bij een voorgaande charge of bij gebruik
als technisch hulpmiddel), die qua receptuur er niet in thuis horen,
Voorlichting geven aan de
medewerkers over het belang van de juiste productiemethoden (good
manufacturing practices, GMP’s), in het bijzonder het zeer goed
schoonmaken van de productielijnen van producten waar allergenen (pinda,
etc.) die extreme reacties kunnen veroorzaken over heen zijn gegaan. Daar
resten hiervan in producten die qua receptuur vrij moeten zijn van
bovenstaande allergenen een gevaar opleveren voor mensen die hiervoor
gevoelig zijn.
In de tweede plaats
duidelijkheid verschaffen over de producten die er in de receptuur zitten.
Inzicht geven in welke
producten in aanraken hebben kunnen komen met het product
(cross-contamination/versleping).
Gevaarsaspecten
Er is ons gevraagd of deze
stoffen die zulke gevaarlijke reacties zouden kunnen uitlokken bij
bepaalde mensen ook gevaarlijk zijn voor het productiepersoneel.
Voor het productiepersoneel,
dat niet allergisch reageert op de stoffen die verwerkt worden, zijn er
géén gevaren met het werken met grondstoffen die bij andere mensen een
extreme allergische reactie (anafylactische reactie) kunnen geven. Het
gaat namelijk om voedingsmiddelen, die voor een ieder die niet allergisch
reageert, gewoon eetbaar zijn.
Allergenenmanagement
De etiketteringwetgeving is
gewijzigd door richtlijn 2003/89/EG. De aanwezigheid van 12 stoffen
(allergenen) moet op het etiket vermeld gaan worden. De impact van de
wijziging voor de industrie is groot.
Als gevolg van deze
wetgeving, waaraan producten uiterlijk 25 november 2005 moeten voldoen,
zal elk bedrijf zijn grondstoffen, productieprocessen en etiketten grondig
moeten analyseren. In de praktijk betekent dit het opzetten van een
allergenenmanagement-systeem.
De impact van de wijziging van
de “allergenenetikettering” is groot. Het specifiek vermelden van 12
stoffen
(tabel 1) op het etiket wordt verplicht
wanneer een of meer van deze stoffen in een product aanwezig zijn.
Bovendien moet de naam van de stof waarvan een ingrediënt afkomstig is, in
begrijpelijke taal op het etiket staan. Wanneer bijvoorbeeld weipoeder in
een receptuur is verwerkt, zal een tekst als ‘bevat melk’ op het etiket
moeten staan.
Allergenenmanagement
De wetgeving gericht is op 12 allergenen die zijn
toegevoegd aan een product. De onbedoelde aanwezigheid van allergenen
is niet wettelijk geregeld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij onvoldoende
reiniging tussen het bereiden van verschillende producten
(kruisbesmetting). Doordat allergenen moeten gaan worden geëtiketteerd,
kan een schijnzekerheid voor de consument ontstaan. De redenering ‘het
staat niet op het etiket dus het zit er niet in’ hoeft niet altijd juist
te zijn. Het is dus verstandig als fabrikanten kruisbesmetting met
allergenen voorkomen. Dit kan door middel van een
allergenenmanagementsysteem.
Een goed allergenenmanagementsysteem bestaat uit:
-
HACCP-systeem; het beoordelen van risico’s
-
Instructie naar medewerkers
-
Grondstofbeheer
-
Productontwikkeling
-
Receptuur
-
Processing en planning
-
Etikettering
-
Opslag en transport
-
Reiniging
-
Onderzoek
-
Informatievoorziening consumenten (consumentenservice)
-
Uitbestede activiteiten (uitbesteden van productie of verpakken)
Het NAN kan bedrijven hierbij helpen door het geven
van trainingen voor het vergroten van het bewustzijn over de impact van
een goed geïmplementeerd allergenenmanagement systeem en het uitvoeren van
GMP's bij het personeel en wat dat betekent voor de allergische consument.
Daarnaast heeft het NAN een samenwerkingsverband met Allergenen
Consultancy (www.allergenenconsultancy.nl). Dit bedrijf adviseert en
begeleidt bedrijven bij het opzetten van een allergenenmanagementsysteem,
het geven van trainingen of het opstellen en controleren van de etiketten.
Overzicht van te vermelden stoffen (uit
2003/89/EG)
Tabel 1:
|
Stof en producten
daarvan |
|
Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, kamut) |
|
Schaaldieren |
|
Eieren |
|
Vis |
|
Pinda’s |
|
Soja |
|
Melk (inclusief lactose) |
|
Noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten,
paranoten, pistachenoten en macadamianoten) |
|
Selderij |
|
Mosterd |
|
Sesamzaad |
|
Zwaveldioxide en sulfiet (> 10 mg per kg of liter) |
De 12 stoffen die wettelijk vermeld
moeten gaan worden, zijn de stoffen die verantwoordelijk zijn voor de
meest voorkomende en vaak ook ernstigste reacties.