WETTELIJKE KADER REGULIERE EN ALTERNATIEVE
BEHANDELAARS
Soms kan met deze methoden bepaalde
klachten niet oorzakelijk verklaard worden op basis van de bekende
oorzaken, dan kan de term: “idiopathisch” gebruikt worden voor de
diagnose stelling. Er de afgelopen jaren een trend waarbij de patiënt
toch graag een verklaring wil horen voor de klachten die er zijn. De
uitslag van de conventionele behandeling wordt niet geaccepteerd en er
wordt gezocht naar andere verklaringen. “Complementaire” of
“alternatieve” behandelaars spelen hierop in door een aantal andere
testen aan te bieden, die gebruikt worden voor het vaststellen van
“voedselallergie/-intolerantie”.
”Complementaire” en
“alternatieve” Allergietesten.
De ontwarring van een serie
controversiële testen die beweren beter te zijn dan de conventionele
onderzoeksmethoden.
Onbewezen technieken bij allergie
diagnose.
Conventionele
allergie diagnose en behandeling is gebaseerd op de klassieke allergie
testen, waarbij gevalideerde diagnostische - en bewezen
behandelingmethoden gebruikt worden.
In tegenstelling hiermee, worden hieronder een aantal onbewezen testen
besproken die gebruikt worden voor het onderzoeken van allergische
patiënten, zoals Cytotoxische voedseltesten, ALCAT test, bioresonantie,
electrodermale testen (electro-acupunctuur), reflexologie, toegepaste
kinesiologie, NAET e.a.
Er is weinig of geen wetenschappelijke
beweegreden voor deze methoden. Als er al onderzoeken gedaan zijn om aan
te tonen dat een bepaalde therapie werkt, blijken deze niet gedocumenteerd
te zijn en bij herhaling van het onderzoek blijken de resultaten niet te
met klinisch bewijs voor allergie.
Enkele publicaties suggereren dat er een
mogelijk pathogene (ziektemakend) rol is voor IgG of IgG4 anti-lichamen.
Er is echter geen verband gevonden tussen de uitkomst van DBPCFCs (Dubbel
Blinde Placebo Gecontroleerde Voedsel Provocatietesten) en de hoeveelheden
van zowel voedsel-specifieke IgG of IgG4, noch werd er verschil
geconstateerd tussen patiënten en de controlegroep.
De hoeveelheden van deze en andere
voedsel-specifieke immunoglobulinen van het niet-IgE isotype is een beeld
van inname van het voedsel bij die persoon en kan (zal meestal) dus een
normaal en onschadelijk onderzoeksresultaat zijn. Het zogenaamde
“Voedselallergie Profiel” met simultaan IgE en IgG bepaling van meer dan
100 voedingsmiddelen is noch economisch noch bruikbaar als diagnose.
M.a.w. het kost veel en levert weinig op. De winst gaat voornamelijk naar
de bedrijven die deze testen aanbieden.
DBPCFC zou hier de referentiestandaard voor schadelijke effecten door
voedsel moeten zijn en elke nieuwe test zou op deze manier gevalideerd
moeten worden.
Het gebruik van deze onbewezen testen zou kunnen leiden tot misleidend
advies en/of behandeling en zou zelfs tot gezondheidsschade kunnen leiden.
Soms lijkt het dat deze methoden lijken te
werken. Vooral omdat “genezing” gerealiseerd wordt bij personen die vooraf
niet goed gediagnosticeerd waren en omdat allergie ook vanzelf in de tijd
verdwijnt. Het gebruik hiervan wordt door ons afgeraden, zeker voor
patiënten met kans op anafylaxis gevallen waarbij blootstelling aan het
uitlokkende allergeen wordt voorgesteld zonder de ondersteuning van de
juiste medische interventie door medisch opgeleide personen.
Opname in
Zorgverzekering als validiteit voor effectiviteit?

Een andere kant is de vercommercialisering
van ons ziektekostenvergoedingssysteem. Zorgverzekeraars in de strijd naar
meer klanten bieden allerlei ziektekostenpakketten aan. De samenstelling
van het pakket is niet gebaseerd op de effectiviteit van een behandeling,
maar de bereidwilligheid van de klant om voor een pakket te kiezen dat bij
zijn overtuiging of levenswijze hoort. De opname van alternatieve
therapieën en de vergoeding daarvan sterkt de klant in de overtuiging dat
die therapie wel effectief moet zijn omdat deze anders niet in het pakket
opgenomen zou worden. Niets is minder waar, het is alleen een commercieel
aspect van vraag en aanbod.
Pas op voor anekdotische
en ongefundeerde allergietesten!

Er is een veelheid aan zogenaamde testen voor
“Intoleranties” incl. urine, ontlasting en spuug zowel als Bioresonatie
(vibrationele therapie) en Iriscopie. Deze testen worden vaak gepromoot
als “wonder” diagnoses en worden onderbouwd met anekdotische verhalen van
levenslange allergieën waarvan de diagnose uiteindelijk vastgesteld is.
Het zou voor iedere medische behandelaar naïef zijn deze individuele
anekdotische rapporten over effectieve diagnose zonder enige
wetenschappelijke gevalideerde onderzoeken als bewijs over hun waarde, te
accepteren.
We lezen vaak over gelijkaardige testen en verwachtingvolle patiënten
stromen toe met hun hard verdiende centjes. Conventionele medische
behandelaars kunnen beschuldigd worden van vooringenomenheid tegen deze
“simpele en goedkope” testen en kunnen zich onder druk gezet voelen om de
testen uit te proberen.
Aan de andere kant, een overtuigde
alternatieve therapeut met een indrukwekkende allergie diagnose “staat van
dienst” kan zelf de meest sceptische patiënt overtuigen om te geloven in
hun pseudowetenschappelijke uitleg en anekdotische rapporten van allergie
genezingen. Wanneer patiënten zich realiseren dat zij foutief
gediagnosticeerd zijn kunnen ze zich beschaamd voelen, daarmee de zaak
naast zich neer leggen als een slechte ervaring en bijna nooit klagen over
de behandeling of daarmee gepaard gaande kosten.
Er zijn veel onconventionele allergietesten
beschikbaar die alle beweren een aantal ziekten te kunnen diagnosticeren.
Testen variëren van electrodermaal onderzoek tot metaalsporen schattingen
in haaranalyse. Deze ongevalideerde testen worden gepromoot door
complementaire en alternatieve medicijnen (CAM) behandelaars. Oppervlakkig
gezien klinken veel van deze testen erg aannemelijk, maar ze zijn
gebaseerd op onbewezen theorieën en worden uitgelegd met simplistische
fysiologie. De meeste van deze testen diagnostiseren niet bestaande
aandoeningen, zijn weggegooid geld en leiden af van de eigenlijke
allergieën en hiermee wordt de conventionele behandeling vertraagd dat
echte allergie verlichting kan bieden.
CAM behandelaars baseren hun testen op controversiële theorieën over wat
allergieën zouden veroorzaken; voorbeelden hiervan zijn:
à
Chemische dampen van
schoonmaak middelen, oliën, verven en parfums.
à
Elektromagnetische
straling van elektriciteitskabels en elektronische apparaten.
à
Voedsel met sporen van
kleurstoffen, antibiotica, pesticiden en conserveringsmiddelen.
à
Micro-organismes zoals
Candida albicans en exotische parasieten.
à
Medicatie op recept en
uit losse verkoop
à
Multiple
voedingsmiddelen zoals tarwe, gist, suiker en koffie.
à
Endogene hormonen en in
het bijzonder progesteron
Wie
test hun testen?

CAM behandelaars citeren anekdotische
gevallen en klinische onderzoeken in populaire medische tijdschriften.
Individuen kunnen best niet-specifieke irriterende reacties ontwikkelen en
bijwerkingen krijgen op medicijnen of in voedsel (zoals “overgevoeligheid”
voor histamine (zie hiernaast)) maar dit is van niet allergische aard.
Milieu of meervoudige chemische gevoeligheden, systemische candidiasis,
ADHD en chronische vermoeidheid worden gewoonlijk gediagnosticeerd als
gevolg van “allergieën” voor verschillende chemicaliën in het milieu en
natuurlijk voorkomende schimmels en parasieten.
Hoewel Candida vaginitis spruw in de mond kan veroorzaken, is er geen
overtuigend bewijs dat systemische infecties gerelateerd zijn met
allergie.
Wanneer veel van deze vage aandoeningen zijn
gediagnosticeerd, wordt de patiënt op een verscheidenheid van
eliminatiediëten, rotatiediëten en een hoeveelheid van onnodige vitamines
en sporenelementen toevoeging gezet.
Herbal remedie middelen zoals ephedria (geband in Amerika), druivenolie,
brandnetel, vitamine C en lijnzaadolie worden voorgeschreven, en
symptoomver-betering wordt toegeschreven aan opengebroken “zouten” met
steroïden in deze zogenaamde natuurlijke geneesmiddelen.
De illegale toevoeging van corticosteroïden aan deze “natuurlijke en
traditionele” geneesmiddelen geeft een therapeutisch effect maar kan
resulteren in gevaarlijke bijwerkingen wanneer deze gebruikt worden voor
langere tijd.
Hieronder een overzicht van de meest
voorkomende “allergietesten” gebruikt door “complementaire” en
“alternatieve” behandelaars:
Leukocytotoxische Test
(Bryan’s Test)

Bryan’s Leukocytotoxische test was van
oorsprong ontwikkeld in 1956 door Black, en verder ontwikkeld door Bryan
in 1960. De basis van deze test is dat wanneer witte bloedlichaampjes van
patiënten worden gemengd met het allergeen deze zwellen. De test meet dan
de zwelling van de leukocyten en wanneer een bepaalde drempelwaarde wordt
gemeten, gebruikmakend van een Coulter telling – dan wordt een positief
resultaat genoteerd. Onderzoeken tot op heden lieten slechts een zwakke
correlatie zien tussen deze test en klinische allergie. De marketeers, die
vertrouwen op anekdotisch bewijs voor de effectiviteit, vertellen deze
teleurstellende klinische onderzoeken niet. Er wordt op een groot aantal
allergenen getest en patiënten zijn gewoonlijk positief op een aantal van
deze voedingsmiddelen, toevoegingen en andere stoffen. Katelaris uit
Australië en Steinman in Zuid Afrika, evenals Lieberman’s onderzoek in de
USA bevestigen dat bij vooronderzoek naar de ALCAT test geen diagnostische
accuratesse te vinden was. Op dit moment wordt de test ook aan de man
gebracht als “Nutron”. Ondanks claims van het tegengestelde, is er geen
groot onderzoek dat laat zien dat de test accuraat is ondanks dat het al
meer dan 50 jaar beschikbaar is.
De oorspronkelijke voorstanders van de ALCAT
test (waaronder de Leukocyto-toxische test en Nutron test) konden slecht
een paar niet peer-reviewed congressa-menvattingen aanhalen als bewijs dat
het werkzaam is. Terwijl tegenstanders zoals Bindslev-Jensen, Potter en
Katelaris, aanzienlijke gegevens kunnen overleggen dat deze testen een
slechte accuratesse ten toon spreiden bij de diagnose.

Een andere allergie test waarvan de
diagnostische accuratesse discutabel is, is de IgG ELISA test. Deze test
meet IgG anti-lichamen tegen verschillende voedingsmiddelen. Dit moet niet
verward worden met het meten van IgE anti-lichamen zoals gedaan wordt in
conventionele methoden zoals RAST en UniCAP.
De meeste mensen ontwikkelen IgG anti-lichamen voor het voedsel dat ze
eten en dit is een normaal niet-specifieke respons die blootstelling
aangeeft en niet sensibilisatie.
Er is geen overtuigend bewijs dat suggereert dat deze test enige allergie
diagnostische waarde heeft. In feite, de IgG respons kan zelfs een
beschermend effect hebben en voorkomt de ontwikkeling van IgE gemedieerde
voedselallergie.
IgG4 anti-lichamen die gemaakt worden na blootstelling aan hoge
concentraties kattenallergeen in de kindertijd verleent bescherming tegen
kattenallergie en niet sensibilisatie.
Toegepaste Kinesiologie
(Spierspanning Testen)

Toegepaste kinesiologie is ontwikkeld in
Amerika door Goodhart in 1964 en is gebaseerd op energievelden in het
lichaam om allergie en intolerantie te diagnosticeren. Kinesiologie is
populair onder chiropracticie in Engeland. In deze test, test de
behandelaar de spierspanning van de patiënt wanneer het allergeen in een
buisje voor hem is geplaatst. De schouderspanning (Deltoid spier) wordt
gewoonlijk getest op zwakte.
De patiënt steekt de arm uit en de behandelaar oefent een tegendruk uit –
als de patiënt niet in staat is om de tegendruk te weerstaan, wordt er van
uitgegaan dat de test positief is voor dat allergeen. Het tegenmiddel
tegen de allergie wordt dan voor de patiënt gehouden en wanneer hun zwakte
wordt omgekeerd – is dit een indicatie dat dit het juiste tegenmiddel is.
Er zijn een aantal variaties op de techniek voor het testen van de
spierspanning en veel behandelaars houden een magneet voor de patiënt om
de test te complementeren. Er is geen overtuigend bewijs dat deze test
enig nut heeft bij de diagnose van allergieën.
VEGA Testen
(Electrodermale Testen)

Deze test is in 1958 ontwikkeld door de
Duitse arts Dr. Reinhold Voll. De VEGA Test (of Electrodermale Test) is
het meten van elektromagnetische geleiding in het lichaam met gebruik van
een Wheatstone brug-galvanometer. De patiënt krijgt één elektrode
geplaatst op een acupunctuurpunt en de andere elektrode wordt vastgehouden
terwijl een batterij buisjes met allergenen en chemicaliën geplaatst wordt
in een metalen houder. Een terugval in de elektromagnetische geleiding of
een “ongeordende gemeten aflezing” is een indicatie voor een allergie of
intolerantie voor dat allergeen. Nieuwere transistor / gecomputeriseerde
versies van de originele VEGA of Voll test worden genoemd Dermatron, BEST,
Quantum en LISTEN Systemen die een zelfde werking hebben en snellere
resultaten geven. Sommige stellen dat er 3500 allergenen getest kunnen
worden in 3 minuten.
Katelaris et al voerden onafhankelijk dubbel blinde testen uit en
vergeleken VEGA testen met conventionele testen bij persoenen met een
bekende allergie. De VEGA testen hadden totaal geen reproduceerbaarheid of
diagnostische accuraatheid.
Haar Analyse Testen bij
Allergie

Haar wordt geanalyseerd op twee manieren.
Allereerst wordt het haar getest op toxische aanwezigheid van zware
metalen zoals lood, kwik en cadmium en daarna de tekortkomingen van
selenium, zink, chroom, mangaan en magnesium. Er is geen wetenschappelijk
bewijs voor ondersteuning van de hypothese dat deze zware metalen enige
bijdrage hebben aan allergische aandoeningen. Haarmonsters worden
gewoonlijk weggezonden voor analyse en ontelbare onderzoeken hebben
gefaald om enige accuratesse aan te tonen bij haar analyse voor de
diagnose van allergieën.
Een andere haar test wordt Dowsing genoemd. De roedeloper zwaait een
pendule boven het haar en een allergie wordt vastgesteld wanneer een
veranderde zwaai wordt opgemerkt.

Verdachte allergenen worden geplaatst op
filterpapier op de huid van de onderarm. Door de oorlel of de rug van de
hand wordt doorschenen met een fel licht. Op hetzelfde moment wordt de
polsslag opgenomen. Als het filterpapier een allergeen bevat waarvoor de
patiënt allergisch voor is zal de polsslag met 12 of meer slagen per
minuut stijgen. Tot op heden is er geen wetenschappelijk bewijs
beschikbaar om deze test te valideren.
Provocatie –
Neutralisatie Testen

Het allergeen wordt sublinguaal toegediend,
of door huidinjectie. Testdoses worden in oplopende doses gegeven totdat
er een kwaddel (bult) ontstaat op de huid (Provocatie dosis), de dosis
wordt dan verminderd totdat de kwaddel verdwijnt. Dit is de Neutralisatie
dosis, die gebruikt wordt om de allergie te behandelen en
“desensibiliseert” de patiënt. Deze test is ook niet gevalideerd door
onderzoek en heeft geen diagnostische betrouwbaarheid bij allergie of
behandeling.
Nampudripad's Allergy
Elimination Technique (NAET)

NAET moet wel de meest ondeugdelijke
allergiebehandeling zijn die tot op heden wordt voorgesteld. Het bestaat
uit een combinatie van diagnose en behandeling van allergie zoals
kinesiologie, VEGA testen en acupunctuur. Het is geïntroduceerd in 1983
door een Amerikaanse chiropraktiker Devi Nampudripad, voortaan
Nampudripad’s Allergy Elimination Technique of NAET.
De vooropstelling is dat allergie (in tegenstelling tot onze huidige
begrip), is het gevolg van interne energie blokkade getriggerd door een
abnormaal energieveld in de hersenen. Nampudripad stelde voor dat na een
twintigtal of zo behandelingen ze de hersenen en de lichaamsenergie kan
herprogrammeren en op deze manier wist ze alle allergieën en veel andere
aandoeningen waar de mens aan lijdt. Echter van energiestromen en
elektrische velden in het lichaam is nooit bewezen dat zij oorzaak zijn
van allergieën.

Met de hulp van een eenvoudige microscoop en
een korte cursus in microscopie oefenen veel CAM therapeuten een beroep
uit waar ze een diagnose kunnen maken van allerlei soorten chronische
aandoeningen inclusief allergieën. De vinger wordt geprikt en een druppel
vers bloed wordt onderzocht onder het licht van de microscoop naar
bloedcel afbrokkeling, zeldzame parasieten of vlokvormige afwijkingen. Het
is onmogelijk om parasitaemia, bacteraemia of abnormale vlokvorming vast
te stellen zonder gespecialiseerde hulpstoffen en testmethoden.

Bioresonatie diagnose en behandeling is
gebaseerd op het geloof dat mensen elektromagnetische golven afgeven die
of “goed” of “slecht” kan zijn.
Bioresonantie therapie gebruikt een apparaat waarvan gedacht wordt dat het
de golven kan filteren en stuurt de “herstelde” golven terug naar de
patiënt. Ziekmakende golven worden op deze manier door het proces
verwijderd en de allergische aandoening zou op deze manier verholpen zijn.
Helaas, is het aangetoond dat het gebruikte apparaat niet in staat is om
de elektromagnetische golf waar het om gaat te meten. Twee dubbel blind
gecontroleerde onderzoeken faalden enige diagnostische en therapeutische
waarde van bioresonantie aan te tonen bij patiënten die lijden aan
hooikoorts en bij een kind met atopische dermatitis.

De principes van de traditionele Chinese
geneeskunst beogen het bloed te verversen, vochtigheid te elimineren, het
hart te reinigen, blokkade van bloed te vermijden en tenslotte het hele
organisme te ontgiften.
In de praktijk van acupunctuur zijn zeven punten vastgesteld die het
immuunrespons mogelijk maakt (defensieve energie of Wei-Qi) Ondanks het
gebruik van acupunctuur bij de behandeling van verschillende allergische
aandoeningen, inclusief bronchiale astma en pollinosis, zijn gepubliceerde
onderzoeken die deze therapie ondersteunen breeduit bekritiseerd op hun
experimentele ontwerp. Verschillen in de klinische proeven en technieken
maken de inschatting van de complete resultaten moeilijk. Bij allergische
rhinitis, is een succespercentage tot wel 84% geclaimd door een paar
gepubliceerde rapporten. Er zijn nooit rapporten gepubliceerd over
acupunctuur en voedselallergie/intolerantie.
Homeopathie voor de
behandeling van voedselallergie

De term homeopathie
is afgeleid van het Griekse homoios (gelijksoortig) en pathos (lijden of
ziekte). De basisprincipes van de homeopathie werden in de periode
1782-1798 geformuleerd door Samuel Hahnemann. De homeopathie maakt soms
gebruik van dezelfde grondstoffen als de natuurgeneesmiddelen en de
fytotherapie. Het verschil is dat daar gebruik wordt gemaakt van de
directe werking van de grondstof, die sterker wordt naarmate de dosis
hoger is. Bij homeopathische middelen is de initiële werkzame stof zelf
(de oertinctuur) vrijwel niet meer aanwezig als gevolg van herhaalde
verdunning en potentiering (schudden).
Homeopathische
middelen worden bereid op basis van een extract van minerale, plantaardige
of dierlijke oorspong, dat bij toediening in pure vorm symptomen zou geven
die lijken op die van de te bestrijden ziekte. Op basis van deze
gelijkheid aan symptomen (gelijksoortigheidsbeginsel) wordt het middel
geacht een effectieve geneeswijze te zijn. De grondstof wordt daarna in
een aantal stappen verdund en geschud (potentiëren). Het eindproduct wordt
geacht zonder bijwerkingen de ziektesymptomen te doen verdwijnen. De
Materia Medica Pura, waar Hahnemann in 1811 een begin mee maakte en
die sindsdien werd uitgebreid, vormt de basis van de homeopathie. Zowel
verdunde als onverdunde middelen worden hierin opgenomen.
Homeopathie
heeft geen enkele basis in de wetenschap. Een veelvoud aan medisch
onderzoek heeft niet kunnen aantonen dat homeopathie enig effect sorteert;
de conclusie van vele publicaties is dat indien er enig effect wordt
bespeurd, dit door het placebo-effect wordt veroorzaakt. De theorie dat
medicijnen een sterkere werking krijgen door verdunning is in strijd met
de beginselen van de moderne geneeskunde. Voorts zijn de verdunningen vaak
zo groot, dat er geen molecuul van de beginstof in de oplossing kan
zitten. Er zijn veel voorbeelden van wetenschappelijke artikelen over
homeopathie in bekende wetenschappelijke tijdschriften die naderhand weer
ingetrokken worden wegens fouten in de gebruikte methode.
Orthomoleculaire
therapie

De
orthomoleculaire geneeskunde is in de jaren zestig ontwikkeld door de
Amerikaan L. Pauling. In de orthomoleculaire
geneeskunde draait veel om vitamines: de therapie wordt ook wel
‘megavitaminetherapie’ genoemd (mega = groot). Het is een therapie,
waarbij met behulp van lichaamseigen stoffen en voeding getracht wordt het
lichaam te ondersteunen met het doel het eigen lichaamseigen natuurlijke
genezingsproces te stimuleren. Daarbij streeft men naar zogenoemde
"optimale" concentraties voedingsstoffen in het lichaam, die men probeert
te bereiken met doseringen die soms ver boven de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheden uitkomen. De orthomoleculaire geneeskunde stelt dat er een
vitaminetekort in het lichaam kan ontstaan, ondanks een gezonde voeding
die voldoende vitamines bevat. Dit zou komen omdat de vitamines moeilijk
uit het voedsel kunnen worden opgenomen. De vitamines in hoge dosering
vullen deze tekorten aan. Hierdoor verandert de stofwisseling, waardoor de
overgevoeligheidsreacties op voedingsmiddelen kunnen worden beïnvloed.
Orthomoleculaire
behandelaars baseren hun therapie in sterke mate op de resultaten van
medisch wetenschappelijk onderzoek, maar interpreteren deze uitkomsten
vaak op een controversiële manier. Orthomoleculaire therapie is daarom
geen medische discipline, maar wordt algemeen beschouwd als een
alternatieve geneeswijze.
Orthomoleculaire
therapie ziet de mens als een geheel (holistisch beeld) en het ziektebeeld
als een niet-evenwicht binnen dat geheel en tracht zoveel mogelijk
factoren te betrekken in het herstelproces, teneinde te evolueren naar een
toestand van homeostase (in evenwicht zijn).

Fytotherapie,
behandeling met planten, in de volksmond kruidengeneeskunde
genoemd, is het behandelen van gezondheidsklachten en ziekten met
plantaardige middelen waarvan men een medicinaal effect veronderstelt. Het
is daarmee niet noodzakelijkerwijs een alternatieve geneeswijze, maar kan
als voorloper van de moderne farmacologie gezien worden.
In de fytotherapie
gebruikte plantaardige middelen heten fytotherapeutica. Een
algemeen aanvaarde definitie van fytotherapeutica luidt: "Geneesmiddelen
die als actieve ingrediënten uitsluitend planten, delen van planten of
plantenmaterialen of combinaties daarvan bevatten, in ruwe of bewerkte
staat." Tot voor kort waren heel wat kruidenmiddelen nog onvoldoende in
kaart gebracht; de laatste decennia worden deze systematisch geëvalueerd
op hun positieve of negatieve medische effecten en veiligheid. Wanneer
kruidenmiddelen de toets van de dubbelblind-methode uit het evidence based
medicine doorstaan en bovendien voldoen aan de gestelde veiligheidsnormen,
dan worden deze als elk ander geneesmiddel opgenomen in de
standaardgeneeskunde.
De kruidengeneeskunde of
fytotherapie is heel oud. Bekend zijn de kruidentuinen van de kloosters in
de Middeleeuwen. Veel van deze kennis is bewaard gebleven en dient als
basis voor de huidige fytotherapie. De eenvoudigste vorm van gebruik is
kruidenthee, die wordt getrokken van gedroogde plantendelen (bladeren,
stengels, wortels, schors en zaden). Daarnaast zijn er ook tabletten,
siropen, elixers en zalven in de handel.

Natuurgeneeswijze is de geneeswijze die zich richt op de gehele
mens en niet voornamelijk op de zieke delen. Het zelfgenezende
vermogen van de mens staat centraal evenals de wisselwerking tussen de
mens en zijn omgeving.
In de visie van
de natuurgeneeswijze zijn ziektesymptomen nuttige reacties die duiden
op zelfbeschermende en zelfgenezende processen. De behandeling heeft
als doel deze processen te stimuleren (te prikkelen), ondersteunen en
in goede banen te leiden. Omdat deze natuurlijke processen zo
belangrijk worden gevonden, gebruiken de natuurgeneeswijzen
uitsluitend natuurlijke middelen en therapieën.
Gangbare
hulpmiddelen zijn geneeskrachtige kruiden, biologische en
homeopathische geneesmiddelen en acupunctuur, aangevuld met
fysiotherapie, en vormen van lichamelijke oefeningen zoals chi kung,
ademhalingstechnieken, werken aan een natuurlijke levensstijl almede
het eten van natuurlijke voeding. Ook hier geldt dat er geen
wetenschappelijke onderbouwing is voor de effectiviteit van deze
therapie.
Antroposofische
geneeskunde voor voedselallergie

De
antroposofische geneeskunde ontstond in het begin van de twintigste
eeuw. Artsen vroegen aan Rudolf Steiner hoe zij een ruimere kijk op de
mens en op de werking van medicamenten konden krijgen. Een belangrijke
schakel hierbij was de Nederlandse arts Ita Wegman. Zij richtte in
1921 vlakbij Bazel het eerste antroposofische ziekenhuis op. Steiner
bezocht bijna dagelijks de nieuwe kliniek, gaf aanwijzingen voor
therapieën en hield daarnaast een aantal cursussen voor artsen die
geïnteresseerd waren in een nieuwe vorm van genezen. Samen met Ita
Wegman schreef Steiner hier een boek over, getiteld Grondslagen voor
een verruiming van de geneeskunde.
Méér dan
alleen het lichaam
Kenmerkend voor de reguliere geneeskunde is dat deze vooral is gericht
op de fysiek waarneembare fenomenen. Antroposofische geneeskunde is
geen vervanging voor de reguliere geneeskunde, maar een verdieping en
uitbreiding ervan en dus een aanvullend alternatief. Niet alleen
doordat een uitgebreider arsenaal geneesmiddelen en therapieën kan
worden geboden, maar vooral doordat méér dan alleen het lichaam in de
behandeling kan worden betrokken. Steeds meer mensen raken er van
overtuigd dat bij ziek-zijn ook allerlei niet-materiële processen een
rol kunnen spelen. Allergie heeft in de ogen van de antroposofie een
rol in de evolutie van het mens-zijn. Antroposofische geneeskunde
beoefenaars zijn geregistreerde artsen, zoals al aangegeven is het een
aanvulling op de reguliere geneeskunde en vanuit dat opzicht willen
zij de behandeling van allergieën naast de reguliere behandeling
versterken door het voorschrijven van allerlei therapieën.
Wetenschappelijk gezien zijn hier geen publicaties over.

Paranormale geneeswijze is
een term die gebruikt wordt voor alternatieve geneeswijzen die gebruik
zeggen te maken van paranormale gaven. Van paranormale geneeswijzen is
al sprake sinds het ontstaan van de mensheid.
De paranormale
behandelwijze neemt een aparte plaats in binnen de alternatieve
behandelwijzen: genezing zou plaatsvinden door het overbrengen van een
kracht of energie van de ene persoon op de andere.
Bij de paranormale
geneeskunde gaat men ervan uit dat het leven nog een andere dimensie
heeft. Een dimensie die, hoewel ze gewoonlijk niet wordt ervaren, toch
grote mogelijkheden biedt, vooral bij het vaststellen en behandelen
van ziekten.
Paranormale geneeskunde is
een vorm van alternatieve geneeswijzen die wordt uitgeoefend door
mensen die zeggen te beschikken over paranormale gaven. Onder
paranormale (=naast het normale) gaven worden gaven begrepen als
magnetisme, helderziendheid, helderhorendheid, heldervoelendheid.
Ook hier is er geen wetenschappelijke onderbouwing voorhanden.

Voedselallergie
wordt het beste behandeld door de uitlokkende substantie te vermijden.
Het is
belangrijk dat patiënten en hun families op de juiste manier worden
voorgelicht over de juiste vermijdingstrategie.Ook moet duidelijk
gemaakt worden dat er bij deze vermijding er op gelet moet worden dat
de patiënt wel de juiste voedingstoffen binnen krijgt.
Hieruit
blijkt dat de behandeling van voedselallergie het werk is van een
team, dat bestaat uit een arts, die op de juiste manier is opgeleid en
getraind in allergologie, gastro-enterologie, en voedingsleer; een
diëtist en een psycholoog.
De waarde
van farmacologische behandeling is nog niet duidelijk gedocumenteerd.
Op dit moment is er geen bewijs dat zowel klassieke subcutane en
“alternatieve”immunotherapie veilig én effectief zijn voor de
preventie en behandeling van voedselallergie en voedselintolerantie.
Bronnen:
* Position
paper EAACI, Ortilani C. et al, Allergy 1999; 54, 27-45.
* Wikipedia.org/wiki/Therapie
* Kies Beter.nl / Nederlands Vereniging van Antroposofische Artsen
* Unproven
techniques in allergy diagnosis. Wuthrich B. J Investig Allergol Clin
Immunol 2005;15(2):2-90